Hoe leefstijlverandering soms een haast onmogelijke opgave lijkt

Deel dit bericht

WhatsApp
Facebook
LinkedIn
Email

De implementatie van therapeutische veranderingen in leefstijl vereist een aanzienlijke hoeveelheid werk en energie van cliënten met psychosomatische klachten. Ze dienen te begrijpen dat bepaalde leefstijlkeuzes op lange termijn een negatief effect hebben en dienen voldoende inzicht te hebben in hun (pijn)klachten en hun gezondheidstoestand.

Problemen met aandacht en communicatie kunnen reeds bestaande obstakels voor het bereiken van veranderingen in leefstijl verder verergeren. Motivatie is nodig om bewustwording te creëren, en bovendien zijn sociale vaardigheden en comfort bij anderen nodig voor deelname aan sociale activiteiten.

Kernpunten

  • Het implementeren van gedragsveranderingen in een GGz populatie die gewend is aan ingesleten gewoonten kan een uitdaging zijn, maar ook een ongelooflijk lonende ervaring.
  • De uitgebreide leefstijlbeoordeling van een cliënt begint met een erkenning van de barrières/kwetsbaarheden waarmee hij of zij wordt geconfronteerd bij het doorvoeren van leefstijlveranderingen, en wordt gevormd door de onderlinge relatie tussen cliënt en behandelaar.
  • Een persoonlijk herstelplan dat is samengesteld uit individuele strategieën om gedragsveranderingen te bereiken, vergroot de kans op succesvolle implementatie en kan vervolgens de cliënt op een koers naar herstel leiden.

Focus op welzijn

De behandeling van psychische aandoeningen gaat vaak nog steeds uit van het medisch model. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het vinden van een “probleem” op basis van het gehele samenstel van factoren dat invloed op de cliënt uitoefent en het voorschrijven van behandelingen om problemen aan te pakken.

In tegenstelling tot het medische model maken we bij Premium Healthcare Interventions (PHI) en Het Rughuis, gespecialiseerde GGz, gebruik van een andere aanpak. Een aanpak die zich richt op veranderingen in leefstijl met een holistische en biopsychosociale benadering, gericht op het algehele welzijn van de cliënt als onderdeel van zijn of haar herstel van een psychosomatische aandoening. Onderzoek laat zien dat deze aanpak inspirerend is voor zowel de cliënt als de behandelaar.

Belemmeringen

Cliënten bij PHI en Het Rughuis worden geconfronteerd met vele obstakels en barrières voor het verkrijgen van biopsychosociaal (en spiritueel) welzijn, veelal onderverdeeld in drie groepen: klacht-, medicatie- en cliëntgerelateerd.

Klachtgerelateerde barrières

Bij cliënten van PHI en Het Rughuis kan de aard van de psychosomatische klachten vaak een obstakel vormen voor herstel en implementatie van veranderingen in leefstijl.

Cliënten met een depressie verliezen vaak interesse en motivatie om veranderingen in leefstijl door te voeren. Depressie leidt tot een lagere therapietrouw, verminderde kans van het volgen van klinische aanbevelingen en verminderde zelfzorg.

Neurocognitieve disfunctie kan direct leiden tot tekorten in motivatie en zelfbewustzijn, en remt ook het vermogen van cliënten om veranderingen in leefstijl door te voeren.

Hoewel veranderingen in leefstijl bijzonder gunstig kunnen zijn bij cliënten die bekend zijn met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), zorgen trauma- en stressgerelateerde gedachten bij cliënten vaak voor belemmeringen in het vermogen om therapeutische veranderingen in leefstijl te kunnen doorvoeren.

Ook andere cognitieve stoornissen zoals obsessief-compulsief stoornis en (aan pijn gerelateerde) angststoornissen kunnen een remmende werking hebben op het aanpassen van leefstijlgedrag.

Medicatie-gerelateerde barrières

Medicatie kan barrières veroorzaken voor fysieke, psychologische, sociale en spirituele gezondheid. Met name antipsychotica kunnen leiden tot aanzienlijke gewichtstoename, diabetes, hyperlipidemie, obesitas, metabool syndroom, seksuele bijwerkingen en osteoporose.

Aan opioïden die worden gebruikt bij pijn kleven ook risico’s. Op de korte termijn kun je denken aan vermindert denkvermogen, bijwerkingen op het maag-darm stelsel (moeilijke stoelgang – verstopping – obstipatie) en/of urine in de blaas kan stapelen. Op de lange termijn kunnen verstoringen in de hormonale balans optreden. Daarbij kan langdurig gebruik van opioïden juist pijn kan uitlokken.

Cliëntgerelateerde barrières

Cliënten worden vaak beperkt door dagelijkse routines, waarschijnlijk onderdeel van een ongezonde leefstijl, die rigide en moeilijk te veranderen zijn. Financiële problemen, laag inkomen, werkeloosheid en huisvestingsproblemen vormen een obstakel voor veranderingen in leefstijl. Bijvoorbeeld:

  • Veel geld uitgeven aan tabak en alcohol en daardoor geen geld meer hebben voor ‘gezonde’ voeding;
  • Bezig zijn met werk of school en daardoor niet in staat om een behandeltraject goed te kunnen volgen;
  • Problemen heben met transport, kinderopvang en andere tijdsdruk;
  • Niet kunnen vertrouwen op vrienden of familieleden om ondersteuning te bieden.

Vaak schijnbaar onoverkomelijke obstakels, waar je als behandelaar een cliënt helpt door te fungeren als gids. De best mogelijke resultaten worden bereikt door frequente ontmoetingen met samenwerking tussen verschillende behandeldisciplines.

Gelukkig zijn veel van deze obstakels aanpasbaar; het interdisciplinaire behandelteam van PHI en Het Rughuis brengt alle potentiële barrières voor welzijn in kaart voor een maximaal effect van de behandeling.

Zie ook: casus 1 in de bijlagen

Leefstijlbeoordeling

Bij PHI en Het Rughuis vinden we het belangrijk goed te luisteren naar de cliënt en te horen wat belangrijk voor hem/haar is. Met een frisse blik bekijken we hoe ver cliënt bereid is te werken aan zijn/haar herstel.

Onze cliënt maakt kennis met het concept van een holistische, leefstijlveranderende, herstelgerichte aanpak, en kan huiswerk krijgen om bijvoorbeeld een persoonlijk herstelplan in te vullen, een activeringsplan of eetdagboek.

We monitoren eventuele veranderingen in de motivatie middels motivational interviewing. Daarbij proberen we te achterhalen in welk stadium van verandering de cliënt zit:

  1. precontemplatie (niet nadenken over veranderen);
  2. contemplatie (ambivalent);
  3. voorbereiding (beginnen met denken over veranderingen);
  4. actie (beginnen te veranderen);
  5. onderhoud (de gedragsverandering blijven doorvoeren).

Holistische evaluatie

Bij PHI en Het Rughuis wordt de cliënt op een holistische manier geëvalueerd, te beginnen met een beoordeling van de lichamelijke klachten, de systemen en vitale functies. Er wordt een tijdlijn gemaakt van de psychosomatiek, wat de cliënt inzicht kan geven in het verband tussen stress en lichamelijke (pijn)klachten in zijn of haar leven. Ook slaap- en eetpatronen worden onderzocht.

Uiteindelijk zetten we samen met de cliënt een functieanalyse (beschrijvende analyse, holistische theorie) op die de rol of functie van bijvoorbeeld lichaamsbeweging, voeding en slaap verduidelijkt.

Individueel herstelplan

Het is soms moeilijk om alles te leren over een cliënt in een eerste gesprek. In onze klinische aanpak maakt de cliënt kennis met ons zorgmodel en ontwikkelen we samen een persoonlijk herstelplan. Het persoonlijk herstelplan beschrijft wat de doelen en voorkeuren van de cliënt in het leven zijn, vastgelegd in zijn of haar eigen woorden.

Uitgangspunt is het leven weer op een positieve manier op te pakken door betekenis aan het leven te blijven ontlenen.

Veranderen van leefstijl

Nadat een persoonlijk herstelplan is gemaakt introduceren we therapeutische veranderingen in leefstijl in vier categorieën: biologisch, psychologisch, sociaal en spiritueel.

  • Biologische voorschriften: veranderingen in voeding en beweging;
  • Psychologische interventies: evidence-based psychotherapieën, maar ook dingen die de cliënt zelf kan doen – zoals ontspanning, stressmanagement en recreatieve activiteiten;
  • Sociale therapeutische veranderingen: activiteiten die de socialisatie verhogen, evenals deelname aan geschikte evidence-based behandelingen zoals sociale vaardigheidstraining.
  • Sommige cliënten hechten belang aan spiritualiteit. Dit kan bijvoorbeeld door simpelweg tijd door te brengen in de natuur of te mediteren.

Alvorens cliënt aan de slag gaat met veranderingen in leefstijl wordt nogmaals besproken of voorgestelde wijzigingen overeenkomen met wat de cliënt wil bereiken. Voor elke leefstijlverandering die door de cliënt wordt geseleteerd, wordt een duidelijk en haalbaar doel vastgesteld (SMART). Van belang dat doelen worden geëvalueerd en waar nodig nieuwe worden opgesteld. Het behalen van doelen heeft een positieve werking op de kwaliteit van leven.

Tips bij het veranderen van leefstijl

Veel cliënten vinden het moeilijk om veranderingen aan te brengen in langdurige gewoonten zoals stoppen bij de ‘fast food drive-through’ op de weg naar huis, bij thuiskomst eerst de koelkast openen om een flesje bier te pakken, op vrije dagen televisie kijken, geen boter of olie gebruiken omdat daar vetten in zitten, niet ontbijten….

Focus op één leefstijlfactor tegelijk

Hoewel sommige cliënten enthousiast zijn kan het overweldigend zijn om suggesties te doen voor therapeutische veranderingen in leefstijl bij de eerste sessie. Als behandelaar dien je hier rekening mee te houden. Bij de negatieve, depressieve en teruggetrokken cliënt kan het helpen om één leefstijl factor tegelijk te bespreken. Bepaal eerst een klein doel en voeg extra doelen toe bij toekomstige afspraken.

Toets de motivatie van een cliënt

Gebruik nog voor je start met een herstelgericht behandelplan motiverende gespreksvoering om te beoordelen wat de cliënt drijft. Door consequent te bespreken wat de cliënt leuk vindt en motiveert, blijft het gesprek cliëntgericht en is de kans van slagen groter.

Maak gebruik van controleerbare doelen

Stel en controleer doelen als onderdeel van het herstelplan, met positieve feedback voor zelfs gedeeltelijke vooruitgang naar het bereiken van een doel. Voorbeelden van observeerbare verbeteringen in relatie tot veranderingen in leefstijl zijn slaap, energie, cognitieve helderheid, stemming en motivatie.

Betrek de omgeving van de cliënt

Sommige cliënten vinden het lastig en/of moeilijk om oefeningen alleen te doen, en genieten ervan dit samen met anderen te doen. Familieleden, goede vrienden en verzorgers kunnen een extra motiverend hulpmiddel zijn voor de cliënt.

Maak gebruik van dagboeken

Het bijhouden van een dagboek is een handig hulpmiddel voor een objectieve analyse, en kan dus van invloed zijn op gewichtsverlies of onderhoud, voedsel keuzes, identificatie van voedselallergie en correlatie van voedingskeuzes met stemming. Cliënten hebben vaak baat bij een discussie over mindful zijn tijdens het eten en leren om aandacht te besteden aan wat ze eten, op welke momenten ze eten en de snelheid van eten.

Betrek de sociale omgeving

Familieleden, goede vrienden en verzorgers worden betrokken bij leefstijlveranderingen omdat ze een extra motiverende hulpmiddel kunnen zijn voor de cliënt. Sommige cliënten vinden het lastig en/of moeilijk om oefeningen alleen te doen, en genieten ervan dit samen met anderen te doen. Wanneer de nadruk ligt op re-integratie als onderdeel van herstel kan bekeken worden hoe dit past binnen de sociale context van cliënt.

Stel aanmoedigende activiteiten voor

Soms kunnen pogingen om een enkele leefstijlverandering door te voeren de implementatie van andere leefstijlveranderingen aanmoedigen. Bijvoorbeeld tijd doorbrengen in de natuur kan ook lichaamsbeweging en socialisatie inhouden, of creatief bezig zijn kan ontspanning en stressmanagement bieden door te genieten van muziek of kunstactiviteiten.

Versterken, aanmoedigen en vieren

Het vaststellen, monitoren en ondersteunen van veranderingen in leefstijl is vaak een langzaam, gestaag en continu proces. Het meten en versterken van doelen, maar ook het aanmoedigen en vieren van verbetering door de behandelaar kan een onschatbare hulpbron zijn voor de cliënt.

Conclusie

Dit zijn de kernwaarden van het gedragstherapeutisch proces, een belangrijk kenmerk van de interdisciplinaire totaalaanpak zoals bij PHI en Het Rughuis wordt aangeboden.

Succes met de implementatie van veranderingen in leefstijl is vaak het gevolg van kleine, cliëntgerichte veranderingen die op een langzame en progressieve manier worden doorgevoerd. Het is daarom dat we bij PHI en Het Rughuis gebruik maken van het Duurzaamheid Controle Programma (DCP). Dit programma biedt behandelaar en cliënt de kans om 12 maanden lang aan deze implementatie te werken.

Bijlage: Casus

Jonas is een 40-jarige man met diagnoses van een gegeneraliseerde angststoornis en depressie en aanhoudende maag- en darmklachten. Hij was gescheiden, 3 kinderen waarmee niet/nauwelijks contact, ook met zijn broer en zus 5 jaar geen contact gehad en had geen werk. Hij leefde een geïsoleerd leven.

Huisarts verwees Jonas (uiteindelijk) naar PHI alwaar hij een holistisch, herstelgericht programma in combinatie met een highintensity en interdisciplinaire behandeling ging volgen. Jonas kwam weer in contact met zijn kinderen en broer en zus, die hem veel ondersteuning boden. Hij werkte met zijn behandelteam aan een persoonlijk herstelplan met als doel het volgen van een opleiding om hierna een eigen bedrijf te starten. Naast dit doel werd Jonas aangemoedigd voor elk van de acht therapeutische veranderingen in leefstijl (zie Holistische Evaluatie) doelen te stellen. Tijdens elk MDO bleek dat Jonas vooruitgang boekte in het bereiken van zijn doelen. Hij werd hierin positief bekrachtigd door behandelteam en regiebehandelaar. Een werkblad therapeutische verandering leefstijl in combinatie met het formulier persoonlijk herstelplan werd hiervoor gebruikt (zie verderop). Jonas is zeer gelukkig met de vooruitgang. Volgend jaar rond hij een business programma af, sport meer, is bewuster gaan eten en drinken, slaapt regelmatiger en beter, voelt zich fitter, heeft nieuwe vrienden gemaakt en is verliefd geworden op een studiegenoot.

Bronnen

Frankl VE: Man’s Search for Meaning: An Introduction to Logotherapy. New York, Simon and Schuster, 1984.

Deel dit bericht

WhatsApp
Facebook
LinkedIn
Email

Over de auteur

dr. Jeroen de Jong

dr. Jeroen de Jong

Ik ben als Head of Science & Partnerships verbonden aan Intergrin met de holdings Het Rughuis en PHI. Met een klinische ervaring van meer dan 20 jaar en vele (internationale) wetenschappelijke onderzoeken, publicaties, presentaties en samenwerkingen ligt mijn expertise rondom de zorg van aanhoudende lichamelijke klachten waarvoor geen medische behandeling voorhanden is. Deze ervaring gebruik ik nu om o.a. de wetenschappelijke validering en inhoud van zorg bij Intergrin aan de wetenschap te toetsen. Ook zet ik mijn expertise in voor het creëren van passende zorgnetwerken binnen de psychosomatiek.